Appels & Peren
Een veel gehoord argument van critici tegen het gebruik van CFL’s voor het kweken van planten is: “als ze werkelijk bruikbaar/efficiënt zijn, zouden ze ook gebruikt worden in de professionele/commerciële glastuinbouw”. Dit is echter appels met peren vergelijken.
In kassen wordt het kunstmatige licht gebruikt om het al aanwezige zonlicht aan te vullen. Omdat het aanwezige zonlicht meestal al genoeg licht in het blauwe spectrum bevat voor de fototropische reactie, is aanvullend licht in het fotosynthetische rode spectrum het meest efficiënt. Hoewel HPS lampen een vrij smal spectrum bereik hebben met veel infrarood, is het licht dat ze in het PAR bereik uitstralen voornamelijk in het rode fotosynthetische gebied. Bovendien heeft een supplementaire lichtbron bij voorkeur een hoge lichtopbrengst en kleine afmetingen, inclusief de reflector, zodat deze hoog boven het gewas gehangen kan worden en daarbij het zonlicht niet blokkeert. Dit alles maakt dat de HPS lamp de beste keus is als aanvullende lichtbron en is dan ook de reden waarom CFL’s niet als alternatief gebruikt worden in de glastuinbouw.
Maar als kunstlicht de enige lichtbron is, liggen de zaken heel anders. Niet alleen vraagt het ontbreken van natuurlijk daglicht een breder spectrum dan dat van HPS lampen, het neemt ook de noodzaak voor een compacte reflector weg. Het complete systeem, lamp inclusief reflector, kan bijna zo groot zijn als het belichtte oppervlak. Bovendien kunnen de lampen zo dicht op het gewas gehangen worden als de temperatuur dat toelaat. Op deze manier kunnen we optimaal gebruik maken van de goede lichtopbrengst in verhouding tot de temperatuur die de CFL ons bied. (see fig. 3).
Pagina 1 van 1 2 3
 
Fig. 1 Fig. 2 Fig. 3
|